
Teken een kaart van drie bij drie
Neem een vel papier en verdeel het in negen gelijke vakken. Schrijf in ieder vak één opdracht of teken er een eenvoudig symbool bij. Leg twee of drie boeken klaar die het kind werkelijk kan gebruiken. Een vak over een paard werkt alleen als er ergens een paard te vinden is.
Pas de kaart aan de lezer aan. Een kleuter kan wijzen en vertellen; een kind dat zelf leest kan een korte zin kiezen. Je hoeft geen nieuw boek te kopen om de kaart te kunnen vullen. Gebruik een potlood of losse fiches om vakken af te tekenen en schrijf niet in een geleend boek.
Negen opdrachten om uit te kiezen
Voor de bovenste rij: zoek iets roods op een prent; kies een personage dat je wilt volgen; luister naar één stukje dat iemand voorleest. Voor de middelste rij: vind een boot; bedenk wat een personage zou vragen; lees of beluister een stukje op een andere plek dan normaal.
Voor de onderste rij: ontdek een woord dat je nog wilt bespreken; laat iemand jouw favoriete prent zien; kies welke bladzijde je nog een keer wilt bekijken. Deze negen opdrachten zijn onze eigen spelopzet. Verander een vak gerust als het niet past. Het gaat om een nieuwe ingang naar een verhaal, niet om het afwerken van een vaste methode.
Kies een boek dat meer dan één ingang heeft
Het grote zoekboek van Sinterklaas kan bij de kijkopdrachten passen, met onze richtlijn 4–7 jaar. Je volgt geen lang doorlopend verhaal, maar kijkt naar feestplekken en details. Geef het kind tijd om een eigen vondst te laten zien. De makersinformatie laat zien om welke uitgave het gaat.
Bij Pietje Pim helpt de Sint kun je een kort leesfragment kiezen. Onze richtlijn is 6–7 jaar en de uitgave is AVI E3. Laat de kaart niet bepalen hoeveel het kind zelfstandig moet lezen. Een luistervak blijft ook voor een zelflezer een geldige keuze.
Stop voordat de kaart een verplichting wordt
Een kind mag dezelfde opdracht nog een keer doen als die beviel. Je kunt een rij afronden, maar ook na twee vakken stoppen. Laat broers en zussen niet tegen elkaar racen. Met één gezamenlijke kaart kun je juist laten zien dat kijken, voorlezen en zelf lezen verschillende bijdragen aan hetzelfde moment zijn.
Wil je vooral woorden verzamelen, maak dan een Sinterklaaswoordweb in plaats van de bingokaart steeds voller te zetten. Wie een activiteit op school organiseert, kan de opdrachten eerst met de leerkracht afstemmen. Onze kaart geeft een speelse suggestie; ze belooft geen vastgesteld leerresultaat.
Veelgestelde vragen
Is leesbingo alleen voor kinderen die zelf lezen?
Nee. Kijken, luisteren en vertellen kunnen ook opdrachten zijn.
Moet de hele kaart vol?
Nee. Spreek af dat stoppen mag en dat de kaart geen voorwaarde voor een cadeau is.
Heb ik negen verschillende boeken nodig?
Nee. Met enkele passende boeken kun je meerdere opdrachten doen.

