
Begin bij één prent
Sla een bekende bladzijde open en laat het kind eerst rustig kijken. Vraag wat opvalt. Schrijf de eerste vondsten op zonder meteen alle feestwoorden voor te zeggen. Een schoen, een trap of een jas kan net zo goed een startpunt zijn als Sint of Piet. Het boek geeft de woorden een zichtbare context.
Kies daarna drie groepjes. Bij mensen kun je Sint, kind en helper zetten. Bij plekken passen dak, kamer en boot. Bij handelingen kun je denken aan dragen, wachten en inpakken. Dit zijn voorbeeldwoorden, geen verplichte lijst. Laat een groepje weg als de gekozen prent daar weinig aanleiding voor geeft.
Laat zien hoe woorden bij elkaar horen
Teken lijnen van het midden naar de groepjes. Een kind dat nog niet schrijft kan een eigen tekening maken of vertellen wat jij opschrijft. Plak geen uitgeknipte boekillustraties in het web; een eenvoudige eigen schets is genoeg. Zet niet ieder gevonden woord in een apart schoolvakje als dat het gesprek onderbreekt.
Je kunt woorden ook vergelijken: wat doet iemand die wacht, en wat iemand die zoekt? Kies vervolgens één hele zin. Bijvoorbeeld: het kind wacht bij de schoen. Wil je meer weten over taal in betekenisvolle situaties, dan biedt de SLO-publicatie Taalkansen in overvloed achtergrond voor professionals. De woordwebopzet hier is ons eigen praktische voorstel.
Twee boeken met verschillende ingangen
Sinterklaas ABC van Mariska Hammerstein is een lettergericht boek, met onze richtlijn 4–8 jaar. Gebruik het om een gevonden woord opnieuw op te zoeken. Een woordweb hoeft geen alfabet te worden: laat het verband tussen de woorden belangrijker zijn dan de beginletter.
Lotta en de brieven voor de Sint geeft juist een handeling als vertrekpunt. Onze richtlijn is 4–7 jaar. Rond brief kun je woorden verzamelen zoals bezorgen, meenemen en helpen. Vergelijk het doel van de personages: wie wil iets versturen en wie brengt de brief weg? Zo wordt de prent meer dan een verzameling losse namen.
Maak een klein vervolg
Laat het kind twee woorden kiezen en daarmee een nieuwe zin maken. Of wijs één tak aan en vertel wat je daar de volgende dag nog over wilt lezen. Bewaar het vel tijdelijk bij het boek; een volledig versierd posterproject is niet nodig. Herhaal gerust een woord dat eerder lastig of juist grappig was.
Een woordweb verschilt van een rijmspel: je groepeert op betekenis, niet op klank. Voor dat andere doel kun je ons Sinterklaasrijmspel gebruiken. Wil het kind met de woorden een eigen avontuur verzinnen, ga dan verder met het plan om zelf een Sinterklaasverhaal te schrijven.
Veelgestelde vragen
Hoeveel woorden moet een woordweb hebben?
Er is geen vast aantal nodig. Kies genoeg woorden om verbanden te zien en iets te kunnen vertellen.
Kan een kleuter meedoen zonder te schrijven?
Ja. Het kind kan aanwijzen, tekenen of woorden vertellen die jij opschrijft.
Is een woordweb hetzelfde als rijmen?
Nee. Een woordweb groepeert betekenissen; een rijmspel draait om klank.

