
Eén pakje, één keer aanwijzen
Zoek een overzichtelijke prent met enkele pakjes of schoenen. Vraag hoeveel er zijn en laat het kind ieder voorwerp één keer aanwijzen. Als het tellen door elkaar loopt, maak de verzameling kleiner. Je hoeft niet meteen alle cadeautjes op een drukke dubbele pagina te laten meetellen.
Leg eventueel een paar lege doosjes naast het boek. Schuif een geteld doosje naar een andere plek zodat zichtbaar is wat al aan de beurt was. Kies het aantal op basis van wat het kind nu aankan. Wij geven geen leeftijdsgrens voor hoeveel een kleuter zou moeten kunnen tellen; de activiteit is een voorstel om samen te proberen.
Vergelijk zonder er een wedstrijd van te maken
Maak twee groepjes van de lege doosjes. Vraag welke groep meer heeft en hoe je dat kunt controleren. Zet de doosjes bijvoorbeeld naast elkaar in paren. Begin met een duidelijk verschil. Voeg pas later een doosje toe als het kind dat zelf interessant vindt.
Verwar meer voorwerpen niet met grotere voorwerpen: een grote doos kan in een groepje van twee liggen. Dat geeft juist een nuttig gesprek over wat jullie tellen. Houd de gebruikte materialen bij de activiteit en gebruik geen kleine snoepjes als rekeneenheden als je eenvoudig met grote lege verpakkingen kunt werken.
Zoek boven, onder en naast
Bij Het grote zoekboek van Sinterklaas kun je een plek aanwijzen en vragen wat ernaast staat. Onze richtlijn is 4–7 jaar. Neem één stukje van de prent, zodat het zoeken overzichtelijk blijft. De uitgeversinformatie helpt de gekozen uitgave te herkennen.
Voor een jongere kijker kun je Bobbi: Sinterklaas kijk- en zoekboek gebruiken, met onze richtlijn 2–6 jaar. Lees de vraag niet als een proefwerk voor: laat het kind ook zelf een zoekplek kiezen. Een volwassene kan dan beschrijven wat hij ziet. Dat maakt het spel wederkerig.
Sluit af met het verhaal
Na een paar vergelijkingen mag het gewone kijken of voorlezen weer verdergaan. Niet elke bladzijde hoeft een rekentaak te worden. Bij een groep kun je het materiaal laten liggen voor kinderen die later nog een keer willen proberen, zolang dat past bij de afspraken voor de ruimte.
Zoek je in dezelfde feestperiode juist een taalactiviteit, bekijk dan het Sinterklaaswoordweb. Kies één doel per moment: tellen, plaatswoorden of vertellen. In Taalkansen in overvloed van SLO staat achtergrond over taal in dagelijkse activiteiten; onze drie rekenspelletjes zijn eigen voorbeelden en geen getoetste lesmethode.
Veelgestelde vragen
Moet ik pepernoten gebruiken om te tellen?
Nee. Met enkele grote lege doosjes kun je tellen en vergelijken zonder eetbare materialen.
Hoeveel moeten kleuters kunnen tellen?
Dit artikel stelt daar geen norm voor. Kies een kleine hoeveelheid die bij het kind en jullie activiteit past.
Moet het boek een rekenboek zijn?
Nee. Een duidelijke prent kan al aanleiding geven om aantallen of plaatswoorden te bespreken.

